Van dag tot dag september 1944

Vrijdag 22 september

Luchtfoto van het barakkenkamp, gelegen naast de te bouwen kazerne, deze bouw is zichtbaar linksboven, rechtsboven boerderij de Nelissenhof
GAW Beeldbank 7173
KLM luchtfoto

‘s Nachts omstreeks half twee staan de barakken bij de Kazerne in brand.
Een geweldige vuurzee waarbij zeer veel munitie in de lucht vloog, onder hevige ontploffingen.
Vooral de geweerkogels veroorzaakten een geknetter van je welste. Dit is dan ook de laatste vernieling die de Duitschers in Weert hebben aangericht. Om 2 uur begon hun algehele terugtocht.
Auto’s, wagens met soldaten, sommigen met rijwielen zonder banden, een menigte te voet trokken weg.
Op een gegeven moment hoorde men geen geluid meer op straat, wat zeer sterk opviel, temeer daar men aan de zware Duitsche spijkerstap gewoon was. Angstvallig wachtte men de dageraad af.
Om 7 uur geroep op straat: “De Engelschen zijn aan ‘t kanaal” Dat was teveel. Eenieder die ter been was holde naar het kanaal. De hollende menigte was een gezicht om nooit te vergeten. In een minimum van tijd zag men menschen van de gehuchten Keent, Moesel e.a. Niet te geloven, dat het bericht zich zoo vlug kon verspreiden. De menschen waren gek van op winding.
Aan ‘t kanaal, inderdaad daar waren de lang verwachtte Tommies, Ze kwamen uit de richting sluis 16.


 

Burgers wachten op de reparatie door de geallieerden van de stadsbrug
22 september 1944
GAW Beeldbank ALB 44.49
foto J. de Haan

De menschen klauterden over de zeer gehavende brug naar de overkant.
De assistent van Dr. Venmans kon zoo lang niet wachten en springt met kleding en al te water en zwemt naar de overzijde.
De menschen uit de omgeving van de brug staan met manden vol appels tusschen de passeerende Engelschen in, en maar uitdelen. Handjes geven, Engelsch praten, kortom een onvergetelijk oogenblik.
Burg.[emeester] Kolkman werd op de schouders genomen en triomphantelijk naar de Engelschen gedragen. Kort was het verblijf van het Suffolk-regiment, want een afd.[eling] gaat in de richting Eindhoven en een in de richting Nederweert.



 

Bassin met vier (deels) gezonken schepen
September 1944 |
GAW 7158 Foto K. Puffing

De aanblik in de omgeving was bedroevend. Alle omliggende huizen zijn onbewoonbaar geworden door de aangerichte vernielingen. Niet alleen dakpannen en ruiten stuk-*--------, neen deuren ingedrukt en zolders ingevallen. Behalve dit hadden de moffen bij hun terugtocht nog alles leeg gestolen op den koop toe. In ‘t Bassin liggen vier gezonken schepen en bij de Cortie werd nummer vijf geteld.

Steeds nog maar toestroomend publiek. Velen al gesierd met oranje. De gele bloemen waarmee de singels beplant zijn, worden afgerukt, waarmee het volk zich oranje tooide. Na een half uur was er geen bloempje meer te bespeuren.

Onderhand was ‘t 8 uur geworden en komen eensklaps de in ‘t geheim geformeerde ͵͵ondergrondse strijdkrachten” te voorschijn. Gekleed in bruine overal met dito muts en gewapend met achtergehouden eigen of Duitsche wapens. Handgranaten hingen in bossen aan hun gordel. Om 9.30 uur komt de ondergrondsche in actie, door een aanvang te maken met het arresteren van N.S.B ers en pro-Duitschen. Als no. 1 brachten ze P Nouwen uit de Beekstraat naar het politiebureau. In de kortst mogelijke tijd verzamelde zich een groote menigte op de Markt voor ‘t stadhuis. Telkens als er een werd opgebracht brak de menigte uit in gejoel, gehuil en zelfs dreigementen. Nummer 2. was Lamberigts en nummer 3 H. Linskens uit de Langstraat. Laatstgenoemde had zich steeds pro-Duitsch getoond en was tegen elkeen uitgevallen, wanneer hij maar van het geringste pro-geallieerd durfde te gewagen.
Het opbrengen van deze landverraders duurde den gehelen dag en geschiedde door 3 ploegen. Om 10 uur verschijnt burgemeester Kolkman op het balkon van het stadhuis. Het gejuich en geroep was niet van de lucht. Het gezamenlijk gezongen Wilhelmus deed menigeen een traan wegpinken. Langs alle kanten hing de vaderlandsche driekleur, zelfs bij H. Linskens die echter onmiddellijk werd weggerukt. Elkeen, groot en klein, in overvloedig oranje gestoken.

In den namiddag kregen ook Weerter dames, die zich met de Duitschers hadden ingelaten, een beurt. Bij aankomst op het Politiebureau werd haar, die zich het ergste hadden misdragen, het hoofdhaar kaal afgeknipt. Dit natuurlijk tot genoegen en hilariteit van het toekijkend publiek. De beschikbare ruimte op ‘t politiebureau was lang niet toereikend. Wat deed men?
Bij troepen van 15 á 20 man werden ze overgebracht naar de school te Hushoven, wat gepaard ging met spotternij der burgers en het uitdelen van enkele rake klappen. Op de inmiddels herstelde brug verloor Kruytzer zijn mooie hoed, terwijl Linskens en Lamberigts vanwege een zware schoen nu en dan eens aan hun achterwerk moesten voelen. De opgehaalde vrouwen en meisjes liet men geruime tijd gearmd door de straten lopen, ten spot van het volk natuurlijk, waarna ze werden opgesloten.

Op het stadhuis deed zich op de eerste dag een incident voor, dat de goede gang van zaken ten zeerste benadeelde. De politieagenten vervoegen zich bij den burgemeester met de klacht, dat hun vorige chef Horck – Horck vertoefde met ziekenverlof uit Groningen te Weert en kwam op dezen dag weer als inspecteur van politie van Weert tevoorschijn -  volgens de politieagenten bij de bevrijding drie Weertenaren op zijn programma had staan d.w.z. doodgeschoten zouden worden, n.l. agent Huskes, secretaris Jansen en …… Een en ander bracht heel wat consternatie. Luitenant Segers inmiddels tot commandant der ondergrondsche benoemd en luitenant Verheyden, ondergedoken officier, in vergadering met den burgemeester, moesten deze onverkwikkelijke aangelegenheid afwerken. Plotseling komt de commandant der ondergrondsche van Kaulille (Belgie) die steeds nauw had samengewerkt met Huskens, de laatste als leider van de verzetsbeweging ͵͵de Spin”, binnen en vraagt om een pistool om Horck dood te schieten, Met zeer veel moeite werd de Commandant in bedwang gehouden. Het resultaat was dat luitenant Verheyden als waarnemend Inspecteur werd benoemd in de plaats van Horck. Huskens wordt voor 8 dagen geschorst, wat hij niet aanneemt.

Omstreeks 7 uur ‘s avonds heeft er een hevig artillerievuur plaats vanuit Altweertheide, afkomstig van daar nog achtergebleven Duitschers, gelukkig zonder ongelukken te veroorzaken. Opruiming van dit restje zou den volgenden dag plaats hebben.

De cafés  krijgen aanzegging dat ze om 8 uur [20.00 uur] moeten sluiten en door aanplakbiljetten werd het publiek bekend gemaakt, dat om 9 uur [21.00 uur] allen van de straat moesten zijn. De cafés zitten vol met Engelse soldaten en burgers, die drinken en klinken op de bevrijding.

De zussen Gerda en Tinie Breukers, voor deze gelegenheid uitgedost in oranje en rood-wit-blauw met soldaten bij de brug over de Zuid-Willemsvaart te Weert, 22 september 1944
GAW Beeldbank G. 2490
Foto J. de Haan

Om 7 uur [19.00 uur] trekt de wacht op van de ondergrondsche, die alle openbare gebouwen bezetten. De woningen der N.S.B ers en Rijksduitschers, die Weert al lang hadden verlaten, worden betrokken door de door oorlogsgeweld getroffen Weertenaren die eveneens de zich daarin bevindende meubelen mochten gebruiken. Om 8.45 uur [20.45 uur] hoort men nog overal Vaderlandsche liederen zingen, maar om 9 uur [21.00 uur] was het stil en geen enkel onbevoegde was meer op straat. Wegens plaatsgebrek moesten de gearresteerde N.S.B ers en de overige gevangenen worden overgebracht naar hot Bissch.[oppelijk] College. De vrouwen en meisjes worden tijdelijk vrijgelaten. Hoe heeft zich de ontmoeting der beide legerafdelingen afgespeeld? De Duitschers lagen verschanst achter de spoorlijn Weert-Eindh.[oven] en Weert-Budel, terwijl de Engelschen vanaf Loozen en Hamont [België] door de heide en bosschen via de Geusendijk in de richting Weert oprukten. Het kanongebulder en het hevige schieten in den vorigen avond kondigde treffen aan. Vooral in de Nieuwsteeg werd hevig gevochten waarbij de burger M. Haveman, geb.[oren] 14-1-1875 te Beilen, het leven liet. De Duitschers werden uit hun dekking verdreven, en lieten zeer veel dooden achter. De boeren in ‘t gehucht hebben heel wat te verduren gehad. De moffen eischten met de revolver in de hand, alles wat van hun gading was. Een Duitsche dienstweigeraar werd door een officier met een handgranaat gedood. De volgende unfaire houding is vermeldenswaardig. Een 4 tal Duitschers komen achter de spoorlijn uit met de handen in de hoogte ten teken van overgave. Toen de Engelschen tot op enige passen waren genaderd, gooiden ze handgranaten die menig Engelsman ‘t leven kostte. De Duitsche pret was kort, want ze werden onmiddellijk neergeknald. Hadden de Duitschers kunnen vermoeden dat de Engelschen zoo klein in aantal waren, zij zouden zich niet voetstoots hebben overgegeven en de rest niet zijn teruggetrokken achter het kanaal Nederweert – Wessem. Weer een bewijs, dat wanneer het ͵͵Herrenvolk” in de minderheid is, zij niet veel presteren. Gelukkig voor Weert dat een en ander zo gelopen is.

Bron

C.3.2 Aanwinsten Niet Gemeentelijke Archiefbescheiden, 1509 - ?        
Dagboek van Weert, door P. Linssen, 1939 – 1944, inv.nr 81

 

Toelichting

De laatste ontploffing van de barakken met munitie moet ook de meest spectaculaire zijn geweest. Ook het oorlogsdagboek van het 1 bataljon van het Suffolkregiment, ('Suffolks') dat die nacht bivakkeert bij de spoordijk richting Eindhoven maakt er gewag van: ‘vanaf 20.00 uur hoorde men een aantal ontploffingen  […] en een ‘particular large fire was noted’. In de nacht houden de Duitse troepen het voor gezien. Ze vertrekken want met de nog aanwezige soldaten is Weert absoluut niet te verdedigen. In het zuiden is er geen enkele natuurlijke barrière die de opmars van de Engelsen in de weg kan staan.

Waar Linssen zegt dat ze uit de richting Sluis 16 kwamen is dat op zich niet fout maar de 'Suffolks' komen pas voorbij de spoorbrug uit op de weg langs het kanaal.

Door zijn werkzaamheden op het stadhuis heeft Linssen de affaire rond de te vermoorden drie mannen van nabij mee kunnen maken. Zoals uitvoerig door Linssen vermeld, wordt die dag ook het ander gezicht van de bevrijding zichtbaar: het oppakken van NSB-ers, moffenmeiden en iedereen, die in de ogen van de nu bovengronds opererende ’ondergrondse’ ( voortaan heet dat Binnenlandse Strijdkrachten) ‘fout’ is geweest. Met de acties van deze Binnenlandse Strijdkrachten - acties die, zo onze kroniekschrijver, ‘passen binnen de goede gang van zaken’ - probeert de regering in ballingschap om een echte bijltjesdag te voorkomen. 

Linssen eindigt met enkele verhalen die hij uit tweede hand moet hebben gehad. Wat er van waar is? Zeker is dat Meindert Haveman door Engels vuur, gericht op de spoordijk, is omgekomen. Er is ook een geval bekend van een Duitse militair die door zijn eigen officier zou zijn neergeschoten, een incident bij de school van Hushoven. Het verhaal van de overgave en de plotselinge gooien van handgranaten, dat enkel Britse militairen het leven zou hebben gekost, is een verzinsel.
Zoals al gezegd: de 'Suffolks' hebben die dag geen doden, ook de zusterbataljons die in het kielzog van de 'Suffolks' oprukken niet. Bovendien zou een dergelijk incident wel in de boeken terecht zijn gekomen.
Zijn verdere bewering over het aantal Engelse soldaten en de Duitse intenties zijn uit de lucht gegrepen.


Ga naar

Donderdag 21 september 1944 <<<   Zaterdag 23 september 1944  >>>

Hoofdpagina <<<

Weert FM 22 september 1944