Zwaaien en zwieren 2019

Kermis op de buitenie

Kermis ‘op de Hoeëge Kej’ medio jaren zeventig van de twintigste eeuw Gemeentearchief Beeldbank nr. Object5032.

Een kermis op de schans van Boshoven. Met mij zult u zich wellicht ook verbaasd afvragen ‘op de schans?’. Deze mededeling en de vraag naar meer gegevens daarover kreeg het archief enige tijd geleden gesteld. Buiten de reguliere kermis eind september en de in 1986 ter ziele gegane kermis op de Biest kende Weert blijkbaar ooit nog een kermis op Boshoven.
Nu mag dat op het eerste blik erg vreemd lijken. Maar zo vreemd is dat ook weer niet als we bedenken dat de ‘Vastelaoventj jarenlang een kleine kermis kende. Die bestond weliswaar slechts uit een klein aantal attracties, waaronder een carroussel, de botsauto’s en een gokkraam, maar desalniettemin, een kermis was het.

 
Buitenie

De bron om de kermis op Boshoven te onderzoeken is het Kanton Weert. Die blijkt al snel wat op te leveren. In de editie van 13 juni 1903 vinden we een verhaal omtrent de viering van kermis, die, zo het artikel, een maal zo niet twee maal plaatsvindt. Dat komt omdat de kapel aan twee heiligen gewijd is: St Oda en St Apollonia. De viering van kermis stond direct in verband met het vieren van de naamdag. Er is dan sprake van twee missen en een ‘feestelijke drukte ’in de kapel. Nogmaals, in februari 1924, is er melding van de kermis al moet de schrijver constateren dat deze kermis veel minder druk is dan in vroeger jaren. En vervolgt – verzuchtend -: ‘Er is trouwens ook vermaak genoeg.’
Maar wat blijkt nog meer uit het speurwerk: Boshoven is niet het enige gehucht in de buitenie waar dergelijke feesten gehouden worden. Ook andere gehuchten hebben ieder hun eigen kermis. Leuken, Hushoven, Laar en Altweert (later parochie Keent) vieren op of rond de naamdag van de patroonheilige van de kapel aldaar feest. Dan hebben we het respectievelijk over de St-Jobkapel, de St.-Donatuskapel, de St-Sebastiaanskapel en de St.-Theuniskapel. Kerken waren er toen in de gehuchten niet.

In het Kanton Weert van 8 mei 1925 is sprake van een St. Jobkermis op 9 mei, gevolgd met de nodige missen op maandag. Tijdens de kermis viert naar oud gebruik ook de schutterij het feest van zijn patroonheilige.
Over de kermis in 1924 op Boshoven weet men te melden dat er vermaak genoeg is en in de uitgave van 14 augustus 1931 staat een melding van de ‘jaarlijkse kermis’ op Hushoven, die ondanks het wat mindere weer een gezellige drukte kent: ‘Vooral in de lokaliteiten waar dansgelegenheid geboden werd, was het soms tjokvol.’ Dat de kermis daar toen eveneens aanleiding gaf tot ongeregeldheden blijkt uit de laatste regel, waar de schrijver kan melden dat de kermis een goed verloop kende: ‘er werd geen enkelen wanklank gehoord.’ Het was namelijk wel eens anders. In een krantenbericht van jaren eerder heet het: ‘De kermissen op de Biest, Leuken en Laar zijn goed verlopen, behoudens een kleine vechtpartij tussen twee personen, waarbij een hunner aan het hoofd gewond werd.‘

Incidenteel zijn deze kermissen niet. Het moeten gezien de berichtgeving in de eerste decennia van de 20e eeuw jaarlijks terugkerende festiviteitenzijn geweest. Bovendien blijkt dat in de loop van de jaren 30 de animo voor deze lokale festiviteiten sterk afneemt. In januari 1931 lezen we dat de St.-Theuniskermis en die op Laar op 24 januari uit niet veel meer bestaan dan wederzijdse familiebezoeken en dat een enkele dansgelegenheid nog danslustigen lokt.

Attracties?

Topattractie uit de jaren 70 vorige eeuw: de Twister. Gemeentearchief, beeldbank nr. Object5027.

Maar wat moeten we ons nu voorstellen bij zo’n kermis. Was er sprake van enige vorm van ‘zwaaien en zwieren’?
Weliswaar maakt men herhaalde malen melding van vermaak maar men spreekt niet over kermisattracties. Wel zijn er plechtigheden ter ere van de patroonheilige en is er sprake van feestelijkheden in de diverse lokale cafés en bij de plaatselijke schutterij. Kijken we bovendien naar het tijdstip door het jaar dan lijkt dat geen goed moment voor een buitenactiviteit. De naamdagen van de heiligen Oda en Apollonia, zijn respectievelijk 28 november en 9 februari. St-Sebastiaans naamdag is op de 14e januari, niet bepaald voor de hand liggende data om rondjes in een draaimolen te maken.
Het ziet er naar uit dat de kermis ‘op de gehuchten’ buiten Hl. Missen en genoemd vertier geen echt kermisattracties kende. Al is het niet helemaal uitgesloten dat er andersoortig klein vermaak als een tombola aanwezig was. En misschien durfde een kermisexploitant het op een gegeven moment bij een gunstig tijdstip in het jaar toch aan zijn attractie er neer te zetten. Wie zal het zeggen.
Wel is duidelijk dat we met deze vorm van kermis nog dicht bij de oorsprong van de kermis staan als een feest ter opluistering van de jaarlijkse viering van de officiële inwijding van een kerk. Of zo men wil in deze gevallen, bij de naamdag van de patroonheilige van de kapel. En het zwaaien en zwieren? Dat vond op de dansvloer plaats.

Theo Schers
Gemeentearchief Weert 2019