Toen en Noow afl. 12, gepubliceerd in Land van Weert 23 september 2009
Even stond het H. Hartbeeld aan de Emmasingel weer in de belangstelling. Het werd weer eens grondig gereinigd.
Er was een tijd dat dat elk jaar gebeurde, maar die traditie was de laatste jaren in het slop geraakt. Nu, zo vermeldde deze krant 12 augustus jongstleden (2009, red.), werd die traditie weer door een Weerter Schoonmaakbedrijf opgepikt.
Aan het slot van het artikel werd nog even gememoreerd dat het Christusbeeld een deel van de vingers van de rechterhand mist; het gevolg van baldadigheid.
Publicatie leidde in het eerstvolgende Land van Weert tot een reactie van oud-raadslid Riky van Kuijk-Blommestein. Die verwees naar een baldadige actie van jongeren 'zo'n dertig jaar geleden'. De afgebroken vingers waren vervolgens door haar bij de gemeente afgegeven en in een lade verdwenen.
Wat niet ter sprake kwam was het feit dat in een wat verder verleden het beeld al (vooral aan dezelfde hand) schade had opgelopen. En die leidde toen al tot 'plastische chirurgie'. Over het wanneer en hoe geven documenten in het Gemeentearchief uitsluitsel.
Het initiatief tot oprichting van het beeld kwam van de leerlingen van het Bisschoppelijk College. Uit een aantal ingezonden ontwerpen werd dat van August Falise uit Wageningen uitgekozen, die het zelf vervaardigde. Op 23 augustus 1921 werd het beeld op zijn voetstuk geplaatst op het Julianaplein (nu Langpoort).

Als mogelijke locatie waren overigens ook de Oelemarkt en de Korenmarkt (de plek waar het waaghuisje stond) genoemd.
De plechtige onthulling en intronisatie vonden op 28 augustus 1921 plaats. Aan de plechtigheden ging ook een grote processie vooraf. Toen in 1934 de grachten gedempt werden om plaats te maken voor de breed opgezette singels moest het beeld verplaatst worden en kwam op de plek te staan waar het nu nog staat. In 1977 nam de gemeente de zorg voor het monument op zich.
In de eerste oorlogsjaren gebeurden geen opmerkelijke zaken met het Christusbeeld al mocht het vanwege de verplichte verduistering niet meer uitgelicht worden. Mei 1942 werd het beeld echter het doelwit van wat we nu een ludieke actie zouden noemen, maar anno toen zeker als godslasterlijk werd beschouwd: het beeld kreeg een vrouwenhoed op het hoofd en een wijnglas in de hand.
Daar bleef het gelukkig bij. Maar in de nacht van 20 op 21 juni was het raak. De rechterhand van Christus werd afgeslagen. Ook vertoonde het beeld sporen van pogingen om het hoofd er af te breken. De Weertenaren waren geschokt en er volgde een spontane bloemenhulde aan het beeld. Op last van de Duitsers moest de ontstane bloemenzee de volgende dag echter weer worden verwijderd.
Er volgde een klein onderzoek waarbij meerdere ongeregeldheden in de buurt van het beeld werden geconstateerd. De daders waren Duitse militairen die behoorlijk dronken waren geweest. Of ze later ooit voor een daad op het matje werden geroepen, is niet bekend.
De hand moest gerepareerd worden en dat gebeurde kort daarna door de beeldhouwer Lücker. Maar de rekening voor de totale werkzaamheden (ƒ70,47) moest natuurlijk wel betaald worden.
Vanuit de gemeente ging op 20 oktober van dat jaar een brief samen met rekeningen naar de Beauftragte des Reichskommissars te Maastricht met het verzoek voor betaling te zorgen. De burgemeester kreeg echter nul op het rekest.
In oktober volgde een nieuw verzoek met een bits antwoord dat de 'Herr Beauftragte' niet meer lastig gevallen wilde worden in deze aangelegenheid. Het bleef het gemeentebestuur niets anders over als de rekening zelf te betalen.
De reparatie hield in dat een nieuwe hand werd aangezet; overigens een vereenvoudigde versie van de oorspronkelijke hand. Het is deze cosmetische ingreep waar de vingers door de jongelui werden afgebroken. Dat gebeurde begin december 1980.
Waar de vingers zijn van de gerepareerde hand is wellicht niet meer te achterhalen. Maar die van de oorspronkelijke hand is wel bekend: in een bed van papieren in een kleine schoenendoos in het archief van de St.-Martinusparochie in het Gemeentearchief Weert.
