tevens bekend als het Subatlanticum
Vanaf de Late Middeleeuwen worden ook de lager gelegen delen van het landschap ingrijpend door de mens beïnvloed. Het elzenbos werd ontgonnen ten behoeve van weidegrond. Daarnaast werd in deze periode veen gestoken ten behoeve van de turfwinning.
De turfwinning vond in de Groote Peel nog plaats tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Dit ging samen met de eerste systematische aanleg van afwateringssystemen (sloten, kanalen, etc.), hetgeen een sterke ontwatering / verdroging van het gebied tot gevolg had.
Meer geclusterde nederzettingen ontstaan in de directe nabijheid van de steden die in de Volle Middeleeuwen ontstaan zijn.
Eind negentiende eeuw waren grote oppervlakten van de zandgronden ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Op historische kaarten is een landschap zichtbaar dat, behalve uit grote akkerlandcomplexen, voor een deel bestaat uit heidegronden.
Deze heidegronden vormden een essentieel onderdeel van het toenmalige gemengde landbouwsysteem omdat ze voorzagen in de schapenmest en plaggen die nodig waren voor de bemesting van de akkers en in hout voor de bouw.
Nadien werd een groot deel van de heide ontgonnen voor landbouwgrond, zoals in Altweerterheide. De laaggelegen, nattere delen waren voornamelijk in gebruik als weidegrond.
Veel dorpen legden in de periode van de Nederlandse Opstand (1568-1648) een schans (ook wel boerenschans) of een versterkte hoeve aan, waarin de bevolking zich met het vee kon terugtrekken als zich rovende bendes of legers in de regio ophielden. Bekende voorbeelden hiervan zijn heden ten dage vervangen door nu nog terug te vinden op Boshoven of op Laar.
Een versterkte hoeve werd in 1634 door de Joannes Costerius gebouwd, de Scholtissenhof.
De Tachtigjarige Oorlog vervangen door Nederlandse Opstand was een barre tijd: de Limburgse plattelandsbevolking werd tijdens deze periode meermaals door zowel de Staatse huurlegers van de Prins van Oranje als die van de Spaanse koning geplunderd.
Schansen dateren dan over het algemeen uit de 17e, maar ook nog uit de 18e eeuw. Schansen werden bij voorkeur aangelegd in moerasgebieden, zodat deze eenvoudig te verdedigen waren: door het graven van een gracht, met een wal aan de binnenzijde, ontstond een beschermde binnenplaats.
De schansen werden in de loop van de negentiende eeuw ontmanteld.
Vanaf de Late Middeleeuwen werd het landschap nog meer dan voorheen en in steeds sterkere mate beïnvloed door de mens. Dit heeft vérstrekkende gevolgen gehad voor het landschap en de vegetatie, zoals het ontstaan van stedelijke centra, heidegebieden en gereguleerde waterwerken.
Uiteindelijk hebben deze ontwikkelingen geresulteerd in het tegenwoordig zichtbare landschap.