Eisenhower en de Teutonen: over de kazerne in de eerste jaren

De Van Hornekazerne in 1950, dan nog geen KMS
GAW Beeldbank 7210

Tokkelende en tijgerende groentjes rond de Lichtenberg, driftig fietsende mannetjes in groene overal die de beginselen van het kaartlezen onder de knie proberen te krijgen, fuiven in de onderofficierskantine en patronen en bakeliet verzamelen op de Budeler Bergen: zo maar een aantal persoonlijke jeugdervaringen die samenhangen met de aanwezigheid van militairen in Weert. En daarmee ook met de kazerne, die ik van 1966 tot en met 1974 telkens voor ogen kreeg op mijn doordeweekse pedalentocht van en naar het Bisschoppelijk College (BC). Die kazerne dreigt nu te verdwijnen, de laatste vestiging van onze KL in Limburg.
In deze aflevering daarom aandacht voor diezelfde kazerne. Echter niet in haar hoedanigheid als KMS, maar als huisvesting van militairen in de tijd daarvoor.

Garnizoen

De geschiedenis van die kazerne is ouder dan de school. Ze gaat terug naar het jaar 1938 wanneer op de voormalige akker- en weidelanden van de Nelissenhof de schop in de grond gaat voor de bouw van permanente huisvesting van een heus garnizoen. Eind 1937 had burgemeester Kolkman al, na het nodige lobbywerk in den Haag, de Weertenaren kunnen melden dat Weert een vast soldatenverblijf zou krijgen: een ontwikkeling die als impuls voor de werkgelegenheid gezien werd. Dat garnizoen, het 2e bataljon IV Regiment Infanterie, arriveert op 29 maart 1938 per trein en presenteert zich al marcherend over de Singels aan de Weerter bevolking. Eindigen doet het met een officiële inspectie op de Markt voor het stadhuis.

In de stad

Een opname van het maken van de funderingen in 1938
GAW Beeldbank 7197

Dan zijn er wel al soldaten. Maar nog geen kazerne. Daarom fungeren de woningen in de binnenstad nog enkele maanden als noodonderkomen. Daarna wordt een inderhaast barakkenkamp op het terrein van het BC betrokken. Pas in december 1939 is de kazerne zover gereed dat de soldaten er in kunnen trekken. Lang kunnen ze er niet van profiteren want begin mei 1940 worden de kazernegebouwen omgeruild voor de huizen en loopgraven langs het kanaal. De kazerne blijft leeg achter.

Vreemde soldaten

De Duitsers nemen de kazerne dankbaar in gebruik en tijdens de bezetting zullen er diverse legeronderdelen vertoeven. Na een haastig vertrek in september 1944 wordt de kazerne het onderkomen van diverse Engelse legereenheden die deze - voor Engelse begrippen - ruime gebouwen dankbaar in gebruik namen. Er is zelfs een van hen die bij het neerschrijven van zijn oorlogsmemoires een passage wijdt aan die kazerne. Rex Wingfield is zijn naam en hij beschrijft dat de Engelsen er begin 1945 een verschrikkelijke wanorde aantroffen en dat in de lokalen nog de ‘reuk van Teutonen hing’: voor de ‘Engelse gevoelige neus een aanwijzing van ‘s vijands verblijf’). Het was volgens hem een melange van de lucht van scherpe tabak, en geweervet. Daarnaast meldt hij nog de nodige tekeningen op de muren van ‘Teutoonse schonen, dik en blond, dartelend in de alpenweiden’. Overigens zouden rond 1990 bij verbouwingswerkzaamheden nog Duitse opschriften gevonden worden, die helaas onder de sloophamer verdwenen.

Eisenhower

De kazerne mocht in die tijd ook een beroemde gast verwelkomen. Niemand minder dan generaal Dwight D. Eisenhower, de opperbevelhebber van de geallieerden, bracht op 30 november 1944 een bezoek aan de kazerne. Daar was op dat moment het hoofdkwartier van het 12e Engelse Legercorps gehuisvest. Deze eenheid zou ook zorgen voor namen aan de gebouwen; namen nog steeds op gebouwen van het originele complex uit 1938 prijken.

Vrijwilligers

Kort na de bevrijding van Nederland wordt de roep om soldaten voor de strijd in Nederlands-Indië steeds luider. Honderden melden zich als vrijwilliger. De kazerne wordt dan het decor van de opleiding van één zo’n bataljon van deze oorlogsvrijwilligers, de stootroepers zoals ze genoemd worden. De kazerne wordt langzamerhand steeds meer een opleidingsinstituut en na allerlei kortdurende opleidingsvormen wordt ze in 1952 de locatie voor dé onderofficiersschool. Die was het jaar daarvoor in Wezep gestart. In 1961 volgt dan de naamsverandering in Koninklijke Militaire School, kortweg KMS, de term die in Weert ondertussen gemeengoed is geworden maar mogelijk zijn langste tijd gehad heeft.

Nog geen KMS

Kijken we naar het fotografisch materiaal van de beschreven periode in de collectie van het gemeentearchief dan is dat helaas maar mager. Een van de oudste opnamen van het complex uit de collectie is deze, waar onder het toeziend oog van enkele ‘buitenlui’ een legertruck de kazerne verlaat. Het leger maakt in die tijd nog overwegend gebruik van Engelse uniformen en legertuig. De opname verraadt nog iets van de oorspronkelijke ligging in een overwegend agrarisch gebied. Rechts ligt het grote fraaie wachtgebouw met het karakteristieke kleine halfronde lokaal van de wachtcommandant. Erboven prijkt de naam Van Hornekazerne.
Wie meer opnamen wil zien uit een andere, militaire bron kan daarvoor terecht in onze Digitale studiezaal. Veel kijkplezier.


Theo Schers
Erfgoedcluster Weert

Bron

Land van Weert katern Typisch Weert rubriek Toen en noow 28 augustus 2011

Terug in de tijd

Ga naar het overzicht Toen en Noow 2011

Ga naar het overzicht Toen en Noow vanaf 2008