Zwaaien en zwieren deel 5

Kermis ‘achter de tunnel’

We kijken uit op de Regentesselaan met links de zweefmolen. De wagens der exploitanten staan op het kermisterrein. GAW, Beeldbank. Z.nr. Foto Wassenbergh

Er is weer sprake van discussie over de toekomst van de kermis. Voldoen de huidige locaties, moet het nog groter, of juist kleiner, of – gewoon - anders. Weer? De Weerter kermis, zo lijkt het, staat al sinds jaar en dag op dezelfde locaties. Niet dus.  Inmiddels maakt het Stationsplein al weer geruime tijd deel uit van de kermispret, maar in mijn jeugd, jaren geleden, was dat niet zo. Na de Tweede Wereldoorlog is het plein één van de drie plekken, naast Markt en Bassin, waar het zwaaien en zwieren plaatsvindt. Dat laatste plein moet op zijn beurt een aantal jaren verstek laten gaan voordat het weer in de rij van locaties wordt meegenomen. En de Nieuwe Markt dan? Dat plein wordt pas in 1955 aangelegd en is daarmee nog jonger qua locatie dan het meest zuidelijke plein, de Dries.

De Dries

Wat de aanleiding ook moge zijn geweest, in 1950 gaan er stemmen op om de kermis in Weert uit te breiden. Op dat moment zijn de Markt, het Bassin en het Stationsplein de pleinen waar hét allemaal gebeurt - ik laat de horeca dan even buiten beschouwing. Even verderop, ’achter de tunnel’, is sinds kort een grote open locatie beschikbaar, de Dries, daarmee een voor de hand liggende plek voor de uitbreiding.
In 1948 is het plein gereedgekomen, een opstart voor de in de komende jaren te realiseren majestueuze St Jozefslaan, dé nieuwe brede ontsluitingsweg van de jonge wijk Keent. Het plein krijgt de naam Dries, een verwijzing naar de oude buurtbenaming ‘op den Drees’ dat tot aan gracht, c.q. singels reikt.

Kermis

In 1951 komt de kermis naar de Dries. Niet met tromgeroffel. Van een feestelijke opening vinden we niets terug in de kranten. Het plein maakt dat jaar gewoon deel uit van het rijtje locaties: Markt, Bassin Stationsplein én Dries. Hoe groot de uitbereiding uitpakt, weet ik niet. De krant spreekt slechts van een auto-rijwielcaroussel en de Octopus (toen ook al). Maar de uitbreiding is een succes. Al in de 1953 meldt de krant een uitbereiding met een Steile Wand, (dé attractie voor de waaghals op een motorfiets), een zweefmolen en een Peter Pan Railway. Disney was toen blijkbaar ook al vertegenwoordigd. En er is zowaar een Apenshow. Iets dergelijks kan ik uit mij jeugd niet herinneren; of u hier nu aan een dierentuin- dan wel circusvariant moet denken, kan ik u daarom niet vertellen.

De pers

In de berichtgeving van die tijd zien we de tendens ontstaan de Weertenaar enthousiast te maken voor de kermis. Daarbij ontbreken bespiegelingen rond de diepere zin van het kermis vieren niet. Kermis is een feest waarop familie en vrienden op bezoek komen, volop vlaai, knapkoek en ‘ferme krintenmik’ de feestdis vullen. Het is kortweg een activiteit van echt Limburgse gastvrijheid, een die verder reikt dan de pleinen van amusement. Daarvoor zorgen de kermisexploitanten, zo merkt het weekblad op, en die zijn kien genoeg om hun attracties in die jaren aan te passen aan de wensen van het jonge publiek: meer snelheid, meer actie.

Pils, muziek en dans

Wat niet ontbreekt bij die verslaglegging zijn de vermeldingen van het vertier in de diverse horecazaken. Gerenommeerde etablissementen van toen passeren de revue: zaal Beatrix op het Bassin met de The Melody Players. De Apollozaal in de Beekstraat verwelkomt de Zilvermeeuwen. Ene Jhonny Gramser treedt op in de zaal van café De Sport waarvan dan de verbouwing nog net niet is afgerond en Pierre Peeters heeft voor zijn danssalon (de Luchtpost, ook Bassin) de Lucky Stars gestrikt. Livemuziek te over. Maar er is ook plaats voor vernieuwing want wie meer muziekvariatie wil kan terecht voor goede grammofoonmuziek in café De Wacht aan de Wilhelminasingel of in café El Alamein op de Korenmarkt waar een nieuwe radio recorder (een radio met platenspeler/taperecorder?) de muziekliefhebber ‘ruime keus’ biedt. En op de Dries? Daar ligt het café van Dorus Houben. Ook die zal ongetwijfeld wel hebben gevaren bij de komst van de kermis.

Reclame

Over reclame voor de kermis gesproken: in 1954 komt Het Land van Weert met een heuse ‘Kermis-Actie’, die bestaat uit het verzamelen van waardebonnen van let wel 5 cent (!). Bovendien doet de krant een poging de lezers in de sfeer te brengen voor het jaarlijkse najaarsfeest. In een fictieve wandeling komen de diverse pleinen met hun attracties aan bod: de Rups met het groene vel, de draaimolen met renaissance paarden en de schietsalon, welke laatste de kanttekening krijgt dat ‘de beste schutters recht van de toog in de Molenstraat komen’. Via de ‘carrousel van Sipkema met mooie echte auto’s’ op het Stationsplein passeert de schrijver de tunnel naar de Dries die elk jaar groter wordt met de ontdekking dat daar niet alleen beren (een verwijzing naar De Berafabriek?) zitten maar ook de inktvis (Octopus) waar men getuige is van de halsbrekende toeren op een motor, Peter Pan met zijn trein, een achtbaan en een mallemolen, ‘Dien dollen Dries’. Eindigen doet het verhaal met de constatering dat deze plek mogelijk de Markt nog eens de loef af steek. Of die constatering anno 2016 werkelijkheid is geworden? Dat kunt u zelf gaan beoordelen.
Een fijne kermis gewenst met vlaai, ‘knapkook’ en veel zwaaien en zwieren.

Theo Schers
Erfgoedcluster Weert

Bron

Kermiskrant Weert september 2016

Slechts enkele foto's van de kermis in Weert op de Dries in de begin peirode zijn in onze Beeldbank te vinden.
Klik op de afbeelding om verder te gaan.

 

 

Andere afleveringen vindt u op de pagina Kermis in Weert

Lees ook

Weerter kermissen: Draaien en vlaaien