Verlichting en Romantiek

De goede dood
Lithografie 19de eeuw

De Verlichting brengt een nieuwe kijk op de dood en het begraven van doden met zich mee. Er heerst een gevoel van egalitarisme; iedereen is gelijk aan elkaar, met name in de dood. Er komt een einde aan een aantal lang lopende tradities die in de dood en het begraven onderscheid maakten naar gelang de plaats van de overledene in de verouderende standenmaatschappij. Zo verdwijnen opzichtige rouwborden uit de protestantse kerken en worden praalgraven opgeruimd.
Hygiëne is een ander belangrijk thema in die tijd. Door de veelvuldige begravingen onder de kerkvloer hing daar bijna constant een lijklucht. De term “rijke stinkerd” verwijst nog naar de rijke burgers die onder de oude kerkvloeren wegrotten en zorgden voor geuroverlast. Door de overheid wordt geregeld dat begravingen moeten plaatsvinden op een nieuw aan te leggen kerkhof buiten de stad. Keizer Jozef II van Oostenrijk vaardigt in 1784 een decreet uit dat het begraven in kerken en andere gebouwen verbied en beveelt aan om begraafplaatsen te ontwikkelen buiten de steden. Het huidige Weerter kerkhof aan de Molenpoort, naast de Rumolduskapel stamt ook uit die periode. In 1869 wordt het begraven wettelijk geregeld met de zogenaamde wet op de lijkbezorging.
Wat de graftekens boven op de graven betreft zien we vooral verschillen tussen katholiek en protestant. Het hoofdsymbool op nieuwe katholieke begraafplaatsen wordt het kruis. Bij protestanten zijn dat vaak algemenere, niet-gelovige  symbolen zoals schedels, geknotte zuilen, gedoofde fakkels en treurende engelen en vrouwen.