Installatie met geelgouden rand

Installatie van Jos Frantzen als pastoor van de St. Josephparochie, 19 juni 1932
GAW, z.nr.

Met deze aflevering van Toen en Noow verplaatsen we ons vanuit het centrum van Weert weer eens naar het buitengebied. Dat het in de opname om Weert gaat wordt natuurlijk in een oogopslag duidelijk door de lange torenspits links. Dat is de Lange Jan, die gedurende zijn bestaan zeer dominant boven een nagenoeg vlak landschap uitstak. Het gebouw dat we hier zo eenzaam zien liggen te midden van de goudgele graanvelden is de pastorie van de prille St Josephparochie ten zuiden van de spoorberg. We kijken naar het gebied van het gehucht (‘buitenie’) Keent en in zekere zin naar de allereerste aanzet tot stadsuitbreiding.

Keent

De St. Josephparochie (latere wijk Keent) dankt zijn ontstaan aan de wens van het bisdom Roermond om in het begin van de 20e eeuw te komen tot een aantal nieuwe parochies.
De bevolking groeit en vele plaatsen zoals ook Weert worden te uitgestrekt voor de zielzorg vanuit één parochie. Daarom klopt in 1917 de bisschop aan bij Ed. Haenen, dan deken van Weert, om de schouders te zetten onder de realisatie van een nieuwe parochie. Die moet de gehuchten Altweert, Keent en Moesel omvatten. Haenen start een algemene actie om geld in te zamelen voor een nieuwe kerk. Waar die moet komen is nog niet duidelijk, al maakt Keent de meeste kans omdat aan de Keenterstraat, al een school gevestigd is. In 1925 komt er daadwerkelijk een kerk maar die ligt op Altweerterheide. Dat zal dan wel die nieuwe parochie zijn die men voor ogen had? Nee. De opvolger van Haenen, deken Souren ziet die locatie, ver van het centrum niet zitten. Souren kiest voor een plek veel dichter bij het centrum, waar de latere Kerkstraat een aftakking kent naar het gehucht Moesel en de weg naar Stramproy (Maaseikerweg): de Kruisstraat. Daar moet de kerk komen, om te beginnen eerst een noodkerk en een pastorie. Velen verklaren de deken voor gek met zijn keuze. Maar als die gebouwen er eenmaal liggen volgen ook de mensen en de nering. In de jaren dertig verrijst menig pand rondom de noodkerk aan de Kerk- en Kruisstraat.

Bouwen

Zover is het nog niet op deze foto. Het is 1932 en de pastorie en de noodkerk ( rechts van de plek waar de mensen staan) zijn net gereed. In 1931 zijn beide gebouwen aanbesteed. Ze zijn ontwerpen van de architecten Groenendael uit Maastricht. De noodkerk, later nog in de hoedanigheid als Groene Kruisgebouw en ‘Sentro Antiyano Yamanota’ (het Antilliaans ontmoetingscentrum), is inmiddels gesloopt. Het ‘evenbeeld’ ervan kan men echter nog in de wijk Boshoven (Don Boscohuis) bekijken. De werkzaamheden aan kerk en pastorie verlopen voorspoedig en in de lente van 1932 komen beide grotendeels gereed.

Frantzen

Hoewel het er alle schijn naar heeft, gaat het bij de feestelijke gebeurtenis op deze foto niet om de inhuldiging van beide gebouwen. Hét grote feest is voorbehouden aan de feestelijk installatie van de nieuwe pastoor Jos Frantzen. Die vindt plaats op zondag 19 juni 1932 en dat is wat we op de foto zien. Voor de gelegenheid zijn kerkgebouw en pastorie versierd, terwijl de weg vanaf het viaduct (‘de tunnel’) tot aan de kerk is opgetuigd met boompjes en vlaggetjes. Ook het Kanton Weert bericht ervan op 21 juni. Zo weten we dat bruidjes met boeketten de kersverse pastoor opwachtten aan het viaduct bij het station. Vandaaruit trok de hele stoet inclusief autoriteiten en verenigingen, waaronder Jan van Weert, V.V. Wilhelmina en de studentenclub St. Augustinus, naar de kerk.
De leden van Jan van Weert flankeren hier in smetteloos wit aan het eind van het traject ook de stoet en brengen de olympische groet (dus niet de Hitlergroet mocht u daar even aan denken). In het midden zien we links van de witgekalkte boomstam en onder de atleet de kersverse pastoor. Naast hem loopt met gebogen hoofd denk ik deken Souren, daarvoor wellicht Frank, directeur van het Bisschoppelijk College. Achter hen volgt mogelijk, met zijn echtgenote , loco-burgemeester Hupperetz (in het krantenverslag van de gebeurtenis wordt burgemeester Kolkman niet genoemd, wel de loco).
Opvallend zijn verder de kraam voor versnaperingen(?) en de mooi versierde Belgische trekpaarden, die eerder in de stoet liepen. En kijkt u rechts eens naar de kleine ventjes in hun matrozenpakjes.
Ten slotte: aan de horizon zien we links het perron met daarboven uit het torentje van het station, rechts daarvan vaag de contouren van de ‘Boonesmolen’. Rechts vallen de watertoren en de schoorsteen van de locloods op. Die laatste twee gebouwen zijn er niet meer, de geelgoude korenvelden en weilanden al evenmin.

Theo Schers
Erfgoedcluster Weert

Bron

Land van Weert rubriek Toen en Noow 29 juli 2015

Terug in de tijd

Ga naar het overzicht Toen en Noow 2015

Ga naar het overzicht Toen en Noow vanaf 2008