Christendom

Pater Tyras opgebaard
IJsbrant Reijerszoon Deyer (Werkzaam te Hoorn, overleden 1659). Olieverf op paneel
GMW 1638.

De christenen namen van de Joden het geloof in een opstanding van het lichaam over. Daarom was ook voor christenen crematie verboden en alleen lijkbegraving toegestaan. Toch schijnt crematie als gebruik nog veelvuldig te zijn voorgekomen. Op het concilie van Paderborn (D) in 784 verbiedt Karel de Grote crematie in heel zijn rijk en laat streng optreden tegen overtredingen. Daarna verdwijnt dit gebruik.
Wanneer een christelijk persoon op sterven lag kreeg hij of zij de laatste sacramenten toegediend: het heilig oliesel en de laatste communie. Dit wordt in de volksmond “de bediening” genoemd. De priester begaf zich naar de stervende met in een zakje op zijn borst de busjes voor de H. Olie en de hostie of een combinatiehouder voor beiden. Deze zijden zakjes, ziekenbeurs genaamd, zijn merendeels paars van kleur, maar kunnen ook soms wit van kleur zijn.

Volgens een vaststaand ritueel wordt in het sterfhuis de zieke de geconsacreerde hostie uitgereikt. De priester droeg daarbij de witte zijde van de stool. Daarna draaide hij de stool om en droeg de paarse zijde. Vervolgens wordt, wederom volgens een vaststaand ritueel, de stervende met de rechterduim van de priester voorzien van H. Olie op de vijf zintuigen: ogen, oren, neus, mond, en handen (en voeten). De stervende houdt daarbij een kruisbeeld in zijn handen. Hiervoor werd in sommige kloosters een zogenaamd sterfkruis gebruikt. Tot slot van de plechtigheid geeft de priester de stervende de pauselijke zegen, waarmee bij het overlijden, een volle aflaat te verdienen is.

Men wacht vervolgens het sterven in gebed af en beveelt God de aankomende ziel aan.