Maaktj mich de pis neet louw… Over openbare waterplaatsen in Weert

Het Stationsplein in 1962 met het mij bekend, laatste in Weert overgebleven betonnen urinoir.
GAW Beeldbank A9024

‘Niets bijzonders op deze foto te zien.’ zult u zeggen! Het station van Weert kennen we zo onderhand wel en het pand links was onlangs nog onderwerp van deze rubriek. Natuurlijk, gedateerd is de foto wel getuige de bus en de nonchalant gestalde fietsen waarvan een deel gewoon tegen het spoorwegtalud gesmeten ligt. En voetgangers zijn op deze locatie natuurlijk ook ‘normaal’. Hoewel. Die dames etaleren een zelfverzekerdheid om de weg over te steken die tegenwoordig bijna aan zelfmoord gelijk zou staan. Een van hen kijkt weliswaar nog even schielijk naar links om te kijken of ‘er iets aan komt’ maar de linker loopt, met kind aan de hand, al parmantig naar de overzijde. En niet onder een hoek van 90° zoals ik al op de lagere school leerde.

‘Greune’

Wat deze foto, die in 1962 gekiekt werd, bijzonder maakt, is het gebouwtje in het midden. Dat stond bekend als een urinoir, een openbare waterplaats. In het dialect noemde men het ook wel ‘unne greune’. Ik herinner mij ze (hoewel ijzeren exemplaren bekend zijn, zoals op het Bassin in 1940) niet als groene bouwsels maar als een soort beige, betonachtige optrek waarvan de onderzijde vanwege het urineren een kleurenpalet kende, waarin het groen niet ontbrak. Het was een lang ovaal waar aan één zijde een open ingang was en waar je vervolgens links of rechtsaf kon. Zoals ook de foto laat zien was er aan de bovenzijde een lichtopening. Een dak zorgde er in elk geval voor dat men van droog plassen verzekerd was. Het urinoir was uitsluitend bedoeld voor de heren, het zwakke geslacht moest zich op een andere manier maar behelpen, vonden de vroede vaderen destijds.

Onooglijk

Een korte zoektocht in de plaatselijke weekbladen leverde een vermelding op in het Kanton Weert. Daarin is een verslag opgenomen van de raadsvergadering van 5 november 1923, dat melding maakt van de beslissing tot plaatsing van drie urinoirs. Als locatie waren geoormerkt: het Bassin, de [Koren]Markt achter de kerk en het Julianaplein, nu de Langpoort. Opvallend is dat deze beslissing plaatsvond nadat al in 1907 een debat had plaatsgevonden over deze bouwsels. Er zat blijkbaar niet zo veel schot in de zaak. Ik weet niet hoe het algemeen met de sanitaire voorzieningen gesteld was in Weert aan het begin van de 20e eeuw (huishoudens zullen vaak nog een closet buiten hebben gehad).
Maar deze openbare waterplaats zal zeker in de ogen van het stadsbestuur als werkelijke vooruitgang zijn gezien. Wanneer het daadwerkelijk tot uitvoerig van het besluit komt, in februari van 1925, prees niet iedereen zich gelukkig met de komst ervan. In het Kanton Weert van 13 februari lezen we het relaas van iemand die zich beklaagt over deze ‘onooglijke dingen’, die veel te opzichtig geplaatst zijn. Er moeten, aldus de reactie van de persoon, toch minder opvallende plekken te vinden zijn. Hij besluit met de opmerking dat de bestuurders wel beter zouden moeten weten: ‘het getuigt van weinig kunstzin van deze lastgevers [duidelijk toch het gemeentebestuur!], die het aandurven om zulke onbenulligheden te verrichten. Zij behooren niet thuis in een “opkomende” stad.’

Ook op Keent?

In 1949 werden plannen geventileerd voor verplaatsing van het urinoir op de korenmarkt. Ook moest er een nieuw bij de St.Josephkerk op Keent komen en een bij het station. In 1953 stond dat laatste op stapel, in 1959 was dat op Keent er nog steeds niet. En dat kwam er, voor zover ik me herinner, ook niet. Nu we het toch hebben over de persoonlijke herinnering; bij een te volle blaas kon ik op de volgende plekken terecht: tegenover het postkantoor op de Wilhelminasingel, op de Nieuwe Markt in de hoek bij de grote poort naar het Bisschoppelijk College en bij het station. Mij niet bekend maar desondanks aanwezig in die tijd, was het exemplaar bij het Bassin, mogelijk de directe vervanger van het al genoemde ijzeren exemplaar.

Stank

Klaagde onze criticaster vooral over de vorm, in de jaren zeventig toen er steeds meer weerstand kwam tegen de openbare toiletten en ze werden opgeruimd, vormde de vormgeving niet het probleem. Stinken deden ze, deze verzamelplaatsen van bacteriën. Wat ook in het geheugen gegrift mag staan is de penetrante urinegeur die vooral op warme dagen rond deze bouwseltjes hing. Laat staan als je er binnen ging. Een enkeling maakten ze zelfs boos, of zoals het spreekwoord gaat die maakten ze‘d e pis louw’. In een artikel in het Kanton Weert van 29 februari 1984 doet een taxichauffeur, zijn beklag over de zeer onfrisse situatie rond het toilet op het Stationsplein, vlak bij zijn geparkeerde taxi.
Zo te horen hield dit ‘misbaksel’ dus tot in de vroege jaren tachtig de gemoederen nog aardig bezig, tevens het bewijs dat onze urinoir op de foto er toen als laatste exemplaar in Weert, er wel nog stond!


Theo Schers
Erfgoedcluster Weert

Bron

Land van Weert katern Typisch Weert rubriek Toen en noow 18 januari 2012

Terug in de tijd

Ga naar het overzicht Toen en Noow 2012

Ga naar het overzicht Toen en Noow vanaf 2008